Helder blijven

Vorige week nam ik je mee in de metafoor over het weer en daagde ik je uit om je eigen weervrouwtje of -mannetje te blijven. Daarmee bedoelde ik dat je de buien van een ander niet hoeft over te nemen. Sterker nog: je kúnt ze niet overnemen. Wat een ander voelt, denkt en doet, is van de ander. Alleen in communicatie is dat soms een behoorlijke uitdaging. Ik vermoed dat je zelf genoeg voorbeelden kunt noemen waarin je het weer van een ander bijna als vanzelf begon over te nemen.

In de eerdere blogs—Helderheid en Extra helder—daagde ik je uit om in te zoomen op jezelf. Om te ontdekken hoe het bij jou werkt. Of je daarvoor nu afzakt naar de bodem van de oceaan, metaforisch natuurlijk, of je je ruitenwissers even aanzet om weer zicht te krijgen: er zijn talloze manieren om helderheid te vinden wanneer je op zoek bent naar antwoorden.

Alleen reflecteren op jezelf betekent niet automatisch dat het tussen jou en de ander óók werkt. Een gevolg kan zijn dat de wegen zich scheiden. Alleen: wat als je door omstandigheden langdurig met elkaar bent verbonden—of veroordeeld, zoals mensen dat weleens zeggen.

Wat dan?
Je kunt proberen goed bij jezelf te blijven: je regenjas aantrekken, factor 50 smeren, thermokleding klaarleggen… en tóch lukt het niet om het contact goed te houden. Hoe graag je dat misschien ook wilt. Dat bestaat. En dan komt er een belangrijk moment: omwille van wat blijf je vechten tegen het weer van de ander?
Op een bepaald moment moet je het leren laten.

Alleen… dát is precies waar het ingewikkeld wordt. Want loslaten gaat niet over negeren. Het gaat over begrijpen waar het schuurt. En daar niet meer mee akkoord gaan.

Pffff… dat blijft voor mij het lastigste. Vooral wanneer er contacten zijn die mijn gevoel volledig aan de kant zetten, omdat het voor hen niet logisch is. Of waar feiten worden verdraaid, mist wordt gecreëerd, of er wordt handig afgeleid om maar geen verantwoordelijkheid te nemen voor de temperatuur van de eigen dag, waardoor er een slachtofferrol ontstaat en ik ineens verantwoordelijk word gemaakt voor het bijna bezwijken door de hitte:
“Ik wist niet dat het zo warm zou worden vandaag…” En voor ik het weet sta ik te koelen.
Soms merk ik dat er subtiel aan mijn grenzen wordt geduwd—net genoeg om ze te laten verschuiven. Of dat de inhoud ineens wordt ingeruild voor het proces, alsof mijn punt niet meer het punt mag zijn. Daarnaast zijn er die gesprekken die zich vastzetten in abstractie, met niet-onderbouwde stellingen waar je niets mee kunt:
“Niemand weet wat het weer morgen wordt.” Of er zijn situaties waarin de ander de kaders bepaalt: de regels, de toon, de richting, de regie, waardoor er voor mij geen ruimte meer overblijft.

Dat zijn voor mij de lastige weertypes. Niet omdat de ander verkeerd is, maar omdat ik mezelf dan moet blijven terugvinden in het veranderende weer.
En wat mij helpt, juist in dat schuivende weer, is teruggaan naar een paar dingen die mij helder houden. Zoals: helder begrenzen zonder te escaleren.
“Ik heb je gehoord, en ik blijf bij wat ik zei.”
Of dat ik mijn gevoel benoem zonder verdediging.
“Jij maakt er een sneeuwbal van, maar ik vertel alleen hoe koud ik het heb.”
Daarnaast helpt het me om mijn eigen ‘zijn’ te beschermen.
“Ik laat ruimte voor jouw zon, en ik vraag ruimte voor de mijne.”
En ik trek het gesprek terug naar de inhoud. Naar wat er daadwerkelijk gezegd wérd. “Dit is wat ik zei. Dit is wat jij hoorde. Laten we daar blijven.”

Het zijn overigens geen voorschriften. Het is de beweging die ik maak wanneer het weer van een ander te hard binnenkomt. Een manier om mezelf niet kwijt te raken, zelfs wanneer de lucht om me heen elke paar minuten van kleur verandert.

Is dat makkelijk? Nee. Zeker niet als het code rood is. Wanneer de ander niet hoort wat je zegt, wanneer jij jezelf uitlegt en de ander jouw woorden door een eigen systeem filtert. Dat is niet negatief; het is anders. Iedereen heeft een eigen klimaat.

Zo staat de één te popelen om zes keer per jaar op wintersport te gaan. De ander komt nooit verder dan de voet van de berg. Dat hoeft geen probleem te zijn, zolang je maar niet probeert elkaar te overtuigen.
Want in overtuigen zit geen verbinding.
Als je echt verbonden bent met elkaar, dan is overtuigend genoeg.
Dan mag het weer gewoon het weer zijn—dat van jou, én dat van de ander.