
Het leven smaakt
Vorige week was het voor mij een weekend met vleugels. Alles klopte. Het wadlopen alleen al, waar natuurlijk de hele tijd flauwe grappen over werden gemaakt. Zeker als je erop gaat letten hoe vaak we het woordje wat gebruiken, voelde bijzonder. En toch kwam er steeds iets bij, alsof het weekend langzaam veranderde van “wat” lekkers in een heel baksel.
Na ons wad-avontuur streken we neer in een B&B, waar we een gezellige avond hadden en de volgende dag een heerlijk lang en stevig ontbijt. Zonder dat we al terug naar huis gingen, want we reden spontaan langs mijn Friese vriendin. Toevallig woonde ze vlak bij onze overnachtingsplek én precies op de route naar onze volgende bestemming. We werden verwelkomd met warmte, zon, een kwijlende hond die dit graag op mijn broek wilde deponeren maar dankzij zijn slabbetje geen kans kreeg, en natuurlijk appeltaart (alsof we nog niet vol genoeg zaten). Het was smullen om daar te zijn met haar en haar geweldige gezin. Er kwam geen stugheid aan te pas 😉.
In de auto onderweg naar de verjaardag van mijn nichtje genoot ik nog na. Wat had dit bezoek mij goed gevuld. En er was nog ruimte voor meer. Zeg maar: de kers op de taart. Zo werd dit weekend letterlijk en figuurlijk smakelijk. Van smakelijk gezelschap zit je nooit vol, schreef ik ooit als een silly spreuk.
En dan zou hier zomaar de blog kunnen eindigen. Alleen doet het dat niet. Want dit weekend bracht nóg iets mee, iets wat ik later kon toepassen in de tweedaagse met mijn werk.
Namelijk de kracht van het nu.
Daarvoor ga ik toch nog even terug naar het wadlopen (klinkt paradoxaal, vind je niet? 😉). Terwijl wij met de groep op een dijk stonden te wachten om de oversteek te maken naar Ameland, kregen we te horen dat we niet meer met de reguliere boot terug konden. Dat de tocht zou eindigen op het eiland, maar dat er alternatieven waren. Alleen… die duurden best een lange tijd. Eerst naar een strand lopen, daar afspoelen, droge kleding aan (wie had dat kunnen weten?), dan op een huifkar naar een dorp en daarna nóg een stuk lopen naar een ander dorp. Om zo uren later pas op een boot terug te gaan.
WADT!!!!!
Dat deed iets met mij. Ik raakte wat in paniek. Vijf uur lopen zonder al te veel eten, geen droge kleding en dan dus nog uren wachten op Ameland. Nee, dat trek ik niet, dacht ik. Alles in mij schreeuwde: ik wil terug. Ik keek naar mijn partner, naar mijn vrienden en in onze blikken vonden we elkaar. Met alles wat we wisten maakten we de keuze om het aan te gaan.
Ik weet dat mijn lijf zich overgaf aan het moment. Syl, je gaat het doen. Ik was volledig verbonden met de tijd. Ik liep niet achter, ik liep niet voor. Ik tikte door… de slik, door de vaargeulen, door het telkens weer nat worden (ik dacht dat ik opdroogde, maar moeder natuur dacht daar anders over). Er waren genoeg momenten waarop ik had kunnen balen: “had ik dit maar niet gedaan” of “waren we er maar bijna”. Maar dat gebeurde niet. Omdat ik zo in het moment zat.
In het ritme van mijn ademhaling, de cadans van mijn stappen, het water dat telkens opnieuw mijn aandacht vroeg. Geen ruimte meer voor wat-als of straks. Dus het hoofd leidde niet, het volgde mijn lijf. Alleen voor hier en nu. In verbinding met mezelf. Vol vertrouwen.
Ik voelde waar mijn grenzen lagen, hoorde mijn gedachten zachter worden en merkte dat er ruimte kwam om te luisteren, echt te luisteren, naar de ander. Naar de grapjes onderweg (“heb jij ook natte sokken?” Nee joh, mijn Scapino All-Stars zijn waterdicht). Naar de verhalen die gedeeld werden. Naar de stilte die soms viel en óók iets vertelde.
Er is dus altijd een keuze. Wad(t) zich ook aandient, dat nam ik mee naar de tweedaagse van mijn werk die ook deze week plaatsvond. Ik nam opnieuw de beslissing om mij over te geven aan het moment. Om aanwezig te zijn, te zien wat er ís en niet wat er had moeten zijn. Zonder oordeel, zonder angst en zonder dat het hoofd de leiding neemt.
Want weet je…
Een samenzijn met mensen, of dit nu een weekend is, een tweedaagse of een bezoek, dat maakt niet uit. Een samenzijn kan angst oproepen of vertrouwen schenken. Door de ander ontmoet je jezelf. Dat brengt soms verwarring en geeft vaak inzichten.
Ik geloof erin dat door echt in het nu te zijn (dus even geen ego-toestanden en/of angstaanvallen) er een soort proeflokaal ontstaat. Je hoort, tast, ziet, ruikt (oh ja, wat stinkt slik) en proeft… de appeltaart of de modder. Dat geeft voeding aan je zijn.
Dus, het maakt niet uit wat je doet. Zolang je in het moment blijft, laat het leven zich echt smaken.