
A little sunshine
Zo is het weer een week later, en het weer staat er anders voor dan vorige week. Terwijl mijn ochtendritueel hetzelfde was, voel ik mij anders. Anders dan vorige week, gisteren, een paar dagen geleden of sterker nog drie uur geleden, toen de hond, alias onze haan, om zes uur liet horen dat het tijd was om op te staan.
Zo gaat het. Stemmingen zijn net als het weer: van voorbijgaande aard. Ze kunnen kort duren, en soms blijft de bui net wat langer hangen.
Vorige week stopte ik halverwege met schrijven. Ik stopte bij het gegak, en daarna werd mijn blog een reclameblog(je). Niet omdat ik zo’n geweldige marketingvrouw ben of omdat ik per se vind dat je mijn gedichtenbundel moet kopen (hoewel die wel de moeite waard is), maar omdat ik ineens de inhoud van mijn eigen bundel voelde. Ik voelde dat ik even op mijn zonnige bestemming was beland, met mijn dierbaren die bij mij waren en degenen die ik later die dag nog zou ontmoeten.
Ik wilde tijdens het schrijven niet terug naar hagel, wind, onweer en alle turbulentie die zo voelbaar waren in de afgelopen vijf jaar. Het klaarde nauwelijks op. Steeds weer moest ik het doen met weinig licht, genieten van dat ene kiertje zonnestraal dat mij bereikte. Die momenten waren er absoluut, maar ze werden overschaduwd door heel veel buien. Een donker wolkendek.
Vorige week was er ineens geen wolkje aan de lucht. In de ochtendlijke dauw hoorde ik ganzen gakken. Door de stilte kreeg dat geluid een prachtige echo. En ik voelde levensvreugde. Ik zag mezelf lekker gakken met mijn vaste clubje reisgenoten, plannen maken, ideeën uitwisselen, gakken over het ouder worden (uiteraard 😉). Zo’n moment waarop je voelt dat de tijd echt even stil mag staan (zoals Tika van Tita Tovenaar dat kon, wanneer ze riep: “Alles staat stil!”) en dat ik dan mag aanschouwen hoe mooi het is om verbonden te zijn met mezelf en de dierbaren om mij heen.
Juist omdat het zo mooi voelde, durfde ik dat wél te vangen in woorden. Alleen, ik werd bang.
Daarom schreef ik niet verder. Bang dat als ik over dit gevoel zou schrijven, het weg zou gaan. Omdat dit de afgelopen jaren zo vaak is gebeurd. Dan voelde ik mij redelijk tot goed en dan kwam er weer een sterke windvlaag waardoor ik die houvast verloor.
Ik ben bang geworden dat ik me niet gelukkig mag voelen. Dat ik het niet fijn mag hebben. Dat ik vooral maar geen illusies moet maken dat mijn weg een prachtige schaatsbaan is. Natuurlijk gebeurt dat in mijn hoofd. Daar waar angst zit, zitten ook deze gedachten.
Alleen vorige week zondag niet, en maandag wilde ik dit gevoel vasthouden. Ik wilde dat de zon gewoon bleef schijnen. Alleen het weercijfer daalde… van 10 naar 9, 8, 7… en het ging richting 1. Ik zag het gebeuren. Toch voelde ik iets anders, iets wat ik nog niet eerder had gevoeld. Sterker nog, ik had het nog niet eerder gezien: dat er in de vroege ochtend een regenboog zó helder oplicht door de lage zonnestand. Ik zag de regenboog vanuit een ander perspectief.
Niet zoals al die jaren daarvoor, waarin ik naar de regenboog toe wilde, maar niet kon opstijgen vanwege de barre weersomstandigheden. Ik moest wachten, aanschouwen, omarmen dat het weer koud en kil was. Dat ik niet kon vliegen, of soms maar even. Ik moest de straffe wind doorstaan, wachten tot de onweersbui was gaan liggen. Ik moest leren laten. Loslaten dat ik invloed zou hebben op het weer. En dat mijn eigen navigatie elk weertype aan kan.
Boven de wolken schijnt de zon. Dat betekent soms dwars door de turbulentie heen.
Dat heb ik gedaan. En dan zou je zeggen: dat is mooi. Je kent je vliegroute, Syl. Je weet wat er kan gebeuren, je weet dat je krachtig genoeg bent, dus vliegen maar…
Dat lukt dus nog niet helemaal. Omdat er eerst nog bij mij iets moest landen. Dat kan alleen als ik als verkeersleider dit toelaat.
Mijn angsten voor de toekomst. Anticiperende anhedonie, zoals dat blijkbaar heet, vliegen al tijden door de lucht. In een gele traumahelikopter op zoek naar een plek om te landen. Niet omdat het weer zo slecht is, maar omdat het wil landen in mij. Alleen, ik ben bang. Bang dat als ik plezier, zin en vreugde voel, dit door orkaan Humberto niet alleen Ierland aandoet, maar ook mijn binnenwereld.
Ik kijk naar mezelf en zie dat ik prachtige, krachtige vleugels heb om aanwijzingen te geven, zodat de helikopter mag landen. Ik mag navigeren, ik mag ruimte maken, en ik mag daarna Anhedonie van harte welkom heten.
Ik heb geen invloed op het weer. Geen controle, hoewel ik dat lang heb geprobeerd.
Ik heb het toegesproken als een dramaqueen, gesmeekt als een kind, een regendans gedaan in de achtertuin en zelfs geprobeerd de zon te verleiden met mijn mooiste glimlach. Niets hielp. Het weer bleef onvermurwbaar zichzelf.
Het houdt geen rekening met mij. Niet uit onwil. Dat begrijp ik inmiddels, na heel veel rauwe rouw.
Dat is ook geland. En heel eerlijk: ik vond het een zware tocht, en toch hebben veel mensen om mij heen het lichter gemaakt. Door veiligheid, verbinding, vertrouwen, vriendschap, vermaak en zoveel mooie woorden met een V…
Hé, kom ik toch weer uit bij de inleiding van mijn gedichtenbundel.
Weer reclame? Nee.
Een bevestiging voor mezelf dat boven de wolken de zon schijnt. En dat je beter kunt opstijgen met een verlichte startbaan.
Dank vroege regenboog en zon. Jullie brachten mij een rijk inzicht. Zeg maar, een prachtige pot met goud 😉